zondag 13 november 2011

Duizend en een nacht

We vlogen vannacht om 02.30 uur het Noord Irakeese luchtruim binnen. Onder een heldere hemel werd de landing ingezet. De groenwitte Lufthansa Boeing liet zich langzaam zakken.
De Europeese Koerden werden stil. Velen van hen komen even op bezoek bij familie, om adem te halen, even weg uit de vele structuren uit Europa, maar sommigen hebben het dit leven achter zich gelaten om weer voorgoed terug te keren naar hun ' homeland'. Ze keken uit de kleine vliegtuigraampjes.... sommigen drukten hun gezicht tegen het raampje en lieten zich volledig betoveren. Het gonsde 'onhoorbaar'  maar voelbaar door de ruimte:..."Thuis..."
Hun ogen spraken zichtbaar een verlangen uit. Een Koerdin zei me, in het Duits, trots en voldaan: 'Dit is mijn land'. Ik begrijp het, dit land is bijzonder, de mensen, de taal de cultuur. Ik ben er lang genoeg geweest om te ervaren wat dit betekent. Ik heb de gastvijheid en de eigen'aardigheden' van dit prachtige volk leren kennen. Er is helaas geen stuctuur, geen plan, er wordt niet vooruit gekeken. Dat mis ik enorm, maar daarintegen gebeuren er de meest bijzondere gebeurtenissen, ongekunsteld en puur.
Ik ben de enige blonde vrouw in dit hele vliegtuig maar net zo geboeid geraakt door het schouwspel wat zich onder ons voltrekt: Miljoenen oranje gloeiende lichtjes en witte TL lichtjes, maken dit landschap als een grote kristallen deken in de gitzwarte nacht. Ergens daar..., in dat glinsterende kristal wacht Dajaa, hun moeder, en hun hele familie op de stille reizigers. De familie is de herberg die altijd blijft roepen vanuit de bergen, ook in Europa is deze roep altijd hoorbaar. Ze gaat nooit weg. En nu zijn ze heel dicht bij elkaar. Nog even...
Ik ben gelukkig voor hen die bij elke hartklopping dichterbij hun Kurdistan komen. Het zou een eindeloos mooi verhaal kunnen zijn uit ' duizend en een nacht'.
Als we geland zijn, horen we aan alle kanten verschillende ringtones, en het gaat steed 'choni', (hoe gaat het?) en basch basch (goed, goed). Familieleden halen de passagiers op, eerst een hartelijke groet, er wordt geknuffeld en gelachen en langzaam maar zeker verdwijnen de druk pratende gestalten in het donker, naar hun eigen warme huis. Ook wij worden opgehaald. Om 03.30 staat Mhammed op ons te wachten. Europese kleding aan en een Arabische hoofdoek om zijn hoofd en hard gebruinde gezicht geslingerd. De zomer van 50C heeft zijn gelaat zichtbaar verhard, maar de hartelijke lach en de goede humor zijn onveranderd. Het is fijn weer in de armen van de oudste broer vallen. Deze harde man, met een mentaliteit die nooit oud wordt, die geen acceptatie duldt voor 'oud worden', en onvermoeibaar doorwerkt. Ik vind hem bijna Arabisch, de foto laat zien waarom.




Met een gangetje van 120 km denderen we over de slecht ge-asvalteerde weg. Na een half uurtje komen we aan, en daar staat ze ....buiten... in het donker.... Dajaa.....
wachtend op haar zoon....op mij.




We vliegen elkaar om de nek, maar ik moet voorzichtig zijn, haar lichaam is klein en broos, maar haar karakter: wilskrachtig, nooit aflatend, zij is het kloppende hart van de hele familie.
De hele familie volgt. Allemaal zijn ze midden in de nacht opgestaan om ons te ontvangen, we gaan naar binnen
Nu kunnen we weer verder met de onverwachte dingen die komen gaan.
We beginnen nu aan ons eigen sprookje, van duizend en een nacht...

1 opmerking:

  1. Fijn om te lezen dat je goed bent aangekomen. leuk hoe je ontvangen wordt. En inderdaad je eigen sprookje begint.

    BeantwoordenVerwijderen